De meest voorkomende vergroeiingen, duidelijk uitgelegd
This online shop is using cookies to give you the best shopping expierience. For further information look at our privacy policy.

De meest voorkomende vergroeiingen

De afbeelding toont een schematisch overzicht van de meest voorkomende voetmalposities ten opzichte van de normale voet.

Op de afbeelding ziet u een schematisch overzicht van de meest voorkomende vergroeiingen in vergelijking met de normale voet.

Aan de hand van de afdruk van een blote voet kan men mogelijke vergroeiingen van de voet vaststellen. Probeert u het zelf maar eens, door met vingerverf van de kinderen (niet giftig, oplosbaar in water en eenvoudig te verwijderen) uw voetzool te kleuren en op papier een afdruk te maken. Het is verstandig om deze procedure bij de andere voet te herhalen, want uw voeten kunnen zonder meer verschillend zijn. Hebt u kinderen of kleinkinderen? U kunt dan uw eigen analyserende voetafdruk op speelse wijze vergelijken met die van uw kind of kleinkind. Uiteraard kunt u dit ook met uw partner doen. Op deze manier kan een voetgezondheidscheck ook nog heel leuk zijn. Wanneer vergroeiingen zijn opgetreden en u voetklachten hebt, is het verstandig om naar de dokter te gaan. Vaak is een bezoek bij uw huisarts voldoende, eventueel stuurt hij u door naar de specialist, de orthopeed.

Onderstaand vindt u een uitvoerige uitleg bij de diverse vergroeiingen.

 

Wat uw lievelingsschoenen u vertellen over uw voeten en uw loopstijl

De door uzelf gedragen schoenen geven boeiende inzichten en aanwijzingen voor eventuele vergroeiingen. Want hoe u uw zool slijt, vertelt veel over uw voeten en uw manier van lopen. Neem gewoon uw paar lievelingsschoenen (die u het meest draagt) ter hand en bekijk de zolen eens iets nauwkeuriger.

1. Normaal slijtpatroon

De normale, gebruikte schoen vertoont een slijtage aan de achterste buitenrand van uw schoen en aan de voorvoet. De slijtage aan deze buitenranden van de hak en van de voorvoet zijn normaal. Op deze afbeelding zijn ze redelijk gelijkmatig afgesleten met een iets sterker accent op de binnenzijde van de voorvoet, hetgeen wijst op de (juiste) manier van afrollen via de grote teen.

2. Sterke slijtage aan de binnenrand van de schoen

Zo ziet een schoen eruit bij een duidelijke X-stand van de benen, bij het sterke afrollen naar binnen in het onderste spronggewricht (overpronatie). Door deze verkeerde stand van de voet wordt de schoen aan de binnenzijde sterker belast. Mogelijk staat de schoen zelfs, wanneer u hem in uitgetrokken toestand bekijkt, iets naar binnen gekanteld, omdat hij door zijn regelmatige verkeerde belasting in zijn geheel vervormd is.

3. Sterkere slijtage aan de buitenrand van de schoen

Zo ziet een gebruikte schoen bij een O-stand van de benen eruit en/of bij een supinatie (te sterke draaiing naar buiten) in het onderste spronggewricht. Hier wordt de buitenrand van de schoen aanzienlijk sterker belast. In dit geval is, anders dan bij het normale slijtpatroon, de hele buitenrand van de schoen afgesleten.

4. Opvallende slijtage aan de buitenkant bij de voorvoet

Zo ziet een zool eruit bij een versterkte supinatie (te sterke draaiing naar buiten). Hier ontstaat de slijtage hoofdzakelijk in het voorste gedeelte aan de buitenzijde.

5. Duidelijke slijtage van de buitenzool in het midden van de voorvoet

Bij een uitgesproken spreidvoet ligt het zwaartepunt van de druk onder het middelpunt van de voorvoet. Door de verkeerde stand van de voet wordt de druk niet over het hele oppervlak verdeeld, maar concentreert zich in het midden van de voorvoet. Daarom ziet men ook de zeer plaatselijke slijtage van de buitenzool. Behalve aan de buitenzool kan men dit effect ook vaststellen aan de inlegzool die in het midden een kuil heeft.

step